Webcolumn Museumtijdschrift nr. 5 / 2010 door Erik van Tuijn

 


Herman Kruyder, 'De Hond', ca.1934, olieverf op doek, 110 x 122 cm, Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen

 

Zoektermen

 

Iedereen kent het probleem. Je zoekt iets op internet, maar kunt het niet vinden. Meestal ligt dat aan de ingevulde zoekterm. Degene die het online gezet heeft, heeft het anders benoemd dan jij kunt bedenken.

 

door Erik van Tuijn

 

Online collectieontsluiting is in museumland steeds hoger op de agenda komen te staan, maar het levert musea ook veel hoofdbrekens op. Het Amsterdams Historisch Museum (AHM) nam dit jaar het moedige besluit om ‘gewoon’ hun hele collectiedatabase met ruim 70.000 objecten online te zetten, geheel rechtenvrij, maar ook inclusief alle eventueel foutief beschreven of anderszins verweesde collectiestukken. Het Boijmans volgt de omgekeerde route: de online collectie omvat nu zo’n 600 objecten, maar die zijn wel uitgebreid beschreven en voorzien van relevante links. Maar dan wat? Mogen gebruikers er informatie aan toevoegen? Zoeken musea aansluiting bij elkaar of bij grotere initiatieven zoals de Europese Culturele databank Europeana? Of dumpen we de boel gewoon online en kijken we er niet meer naar om? Relevante vragen, maar om de omvang van de uitdaging te begrijpen waar musea zich voor gesteld zien, moeten we eerst een stapje terug doen.

 

Afbeeldingen op internet worden ontsloten door middel van tekst, de zogenaamde ‘metadata’. De vindbaarheid van afbeeldingen is daarmee afhankelijk van de zoektermen die er aan toegevoegd worden. En wie de uitdrukking ‘Een afbeelding zegt meer dan duizend woorden’ erbij haalt weet hoe ingewikkeld het kan zijn om op basis van taal die ene afbeelding te vinden tussen de 70.000 van het AHM. Omdat aan de meeste afbeeldingen sowieso geen duizend relevante zoektermen gekoppeld zijn, raakt er veel ‘lost in translation’. Wie zoekt op kunstenaarsnaam vindt een hoop, maar wie zoekt op ‘hond’ zal veel minder relevante resultaten vinden, omdat collecties vaak niet, of slechts beperkt thematisch zijn ontsloten. Het AHM biedt bijvoorbeeld maar tien thema’s variërend van ‘foto’s’ tot ‘lente’ en ‘Amsterdammers’. Het Boijmans vraagt gebruikers relevante thema’s toe te voegen door middel van de bekende ‘tags’.

 

Een bijkomend probleem bij het efficiënt zoeken naar afbeeldingen is de onnauwkeurigheid van veel gebruikte zoektermen: wie zoekt op ‘hond’ vindt geen afbeeldingen die alleen gemarkeerd zijn als ‘pitbull’. Google lost dat op door ook de tekst in de ‘omgeving’ van afbeeldingen op websites bij de zoekvraag te betrekken, maar ook dat werkt niet foutloos: een foto van een voetbalwedstrijd bij een nieuwsitem over spreekkoren is dan óók relevant. Al het om kunst gaat, wordt het nog ingewikkelder: de potentiële zoektermen zijn zeer divers. Van kunstenaar, titel en type kunstwerk via stroming en stijl tot kleur, onderwerp, afgebeelde personen, voorwerpen, kledingstukken en locaties tot de individuele gevoelens en associaties die het werk op kan roepen. Een systeem waarbij gebruikers mogen taggen kan dan ook eenvoudig aan zijn eigen succes ten onder gaan: teveel persoonlijke, associatieve tags verkleinen de vindbaarheid eerder dan ze hem vergroten.

 

Fotowebsite Flickr zoekt om die reden al naar alternatieven op het bestaande ‘vrije’ systeem. Een speelse methode om goede en slechte tags te onderscheiden komt van het Instituut voor Beeld en Geluid. Op Waisda.nl kunnen mensen in competitie tags toevoegen aan tv-programma’s als Boer Zoekt Vrouw. Het competitie-element ondervangt de willekeurigheid van het taggen enigszins: als meerdere mensen tegelijkertijd en onafhankelijk dezelfde tag invoeren, dan is de kans groter dat deze correct is.

 

Namens alle Nederlandse musea wil ik iedereen die ooit van plan is om musea te helpen bij het ontsluiten van hun collectie, vragen om zich bij het ‘taggen’ een beetje in te houden en van algemeen naar specifiek te werken: wie het hondenras wil toevoegen aan Herman Kruyders schilderij ‘De Hond’ in het Boijmans tagt in principe eerst ‘hond’ en dan pas het ras. Als je daar iets over weet tenminste.

 

Erik van Tuijn is freelance kunstcriticus/historicus
en werkzaam als coördinator Nieuwe Media in Gemeentemuseum Den Haag

 

deze column is ook te lezen in Museumtijdschrift nr. 5/2010, verschijningsdatum 13 juli.

 

naar boven