Museum en internet - Column Museumtijdschrift nr. 4 / 2009 door Erik van Tuijn

 


Leven na de dood

 

Veel mensen zetten allerlei informatie over zichzelf op internetsites. Maar wat gebeurt daarmee als ze overleden zijn?

door Erik van Tuijn


In 2004 maakte een academiestudent onder het pseudoniem Tinkebell in korte tijd naam met haar afstudeerwerk: Pinkeltje. Pinkeltje was Tinkebells huiskat, depressief en bang om naar buiten te gaan. Als daad van compassie besloot Tinkebell de kat eigenhandig te wurgen, te villen en van zijn vacht een tas te maken (al melden sommige sites zelfs dat zij de kat onthoofdde). “Het enige wat hij wilde was altijd dicht bij mij zijn. Op deze wijze is zijn wens in vervulling gegaan” aldus Tinkebell destijds. De aanvankelijke golf van verontwaardiging in de media – Google maar eens op ‘Tinkebell Pinkeltje’ – luwde vanzelfsprekend na enige tijd, maar de stroom hatemail aan haar adres zwol alleen maar aan.

 

Nu, vijf jaar later slaat Tinkebell terug met het boek Dearest Tinkebell, waarin al deze hatemail is verzameld, gecategoriseerd en waar mogelijk getraceerd. Dat laatste lukte met verschillende honderden van de bijna duizend anonieme afzenders. Tinkebell en compagnon Coralie Vogelaar hoefden daarvoor niet eens buiten ‘hun boekje’ te gaan: met de e-mailadressen als uitgangspunt wisten zijn ruim achthonderd bladzijden aan openbare gegevens te achterhalen via sociale netwerksites en persoonlijke webpagina’s. Foto’s, filmpjes, dagboekfragmenten, vrienden, huisdieren, niets bleek meer dan een muisklik ver weg.

 

Het resultaat is overigens zowel geruststellend als ontluisterend: het merendeel van de hatemailers blijkt te bestaan uit Amerikaanse tieners die door hun obligate puberale pro-dieren fase gaan. In de jaren tachtig ging je bij de Dierenbescherming om folders uit te delen tegen legbatterijkippen, tegenwoordig mail je gewoon anoniem driehonderd maal het woord ‘BITCH!!!’ naar je ‘object’ van afschuw.De hoeveelheid persoonlijke informatie die Jan en alleman vrijwillig online op sites als Hyves, Linkedin, Flickr, Facebook, YouTube of Myspace plaatsen is overweldigend. Vogelaars research voor Dearest Tinkebell bewijst dat het betrekkelijk eenvoudig is deze informatie te verzamelen op basis van weinig meer dan een e-mailadres. Het is dan ook verbazingwekkend om te zien hoe klakkeloos mensen hun eigen leven op het net gooien, zonder ook maar met hun ogen te knipperen of stil te staan bij de mogelijke gevolgen ervan. En dat in een tijd dat online privacy een heet hangijzer is.

 

De proliferatie van deze online-profielen zette het Amsterdamse kunstinstituut Mediamatic in ieder geval aan tot denken. Want wat gebeurt er eigenlijk met al je persoonlijke informatie na je overlijden? Blijft alles zomaar online? Als onderdeel van het project Ik R.I.P. biedt Mediamatic sinds kort de mogelijkheid tot het instellen van een Ik R.I.P. profiel, waarin je kunt aangeven wat er met je gegevens dient te gebeuren na je overlijden. Wie mag ze beheren? Heb je nog een laatste wens? Een afscheidsboodschap of -foto? Mag het profiel zichtbaar blijven of wil je het verwijderd hebben? Mogen mensen de pagina als gastenboek gebruiken?

 

Helaas is het Ik R.I.P.-profiel alleen bruikbaar voor de door Mediamatic ontwikkelde Open-CI account. Die is weliswaar bruikbaar op verschillende social networking sites (waaronder die van Mediamatic zelf), maar niet in combinatie met de grote jongens als Hyves of Facebook. Maar het zet je wel aan het denken. Wat moet er na je dood met al die informatie gebeuren die er over je rondzwerft op internet? Weghalen? Censureren (over de doden niets dan goeds per slot van rekening)? En wie gaat dat doen? Misschien wordt het tijd om de notaris enkele passages aan je testament toe te laten voegen.

 

Erik van Tuijn is freelance kunstcriticus/historicus en werkzaam als webredacteur voor
Metropolis M

naar boven